nieuws

EECKHOUT OTTEVAERE



kwaliteit is geen toeval, maar het gevolg van
continue, doordachte inzet ...

29.05.2020


Interessant vonnis REA Brussel


Plaatsing overheidsopdrachten. Niet nodig om beroep in te stellen bij Raad van State alvorens een eis tot schadevergoeding in te stellen bij de burgerlijke rechtbank. 



Bij vonnis van 29 mei 2020 stelt de 4e kamer van de Nederlandstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel zich uit over de opgeworpen ontonvankelijkheid van een vordering tot schadevergoeding. 



Een aannemer eist van de Vlaamse Gemeenschap vergoeding van de schade die hij lijdt ten gevolge van de omstandigheid dat een overheidsopdracht werd gegund aan een concurrent en niet aan hemzelf. De aannemer eist een forfaitaire schadevergoeding van 436.651,69 euro (zijnde 10% van het offertebedrag) op grond van art. 24 Wet Overheidsopdrachten dd. 15.06.2006.  Deze eis wordt geformuleerd in een procedure voor de burgerlijke rechtbank. De Vlaamse Gemeenschap werpt de onontvankelijkheid van deze eis op, omdat de aannemer de gunningsbeslissing niet heeft aangevochten bij de Raad van State.  



“De Vlaamse Gemeenschap werpt op dat de eis niet-ontvankelijk is omdat [de aannemer] verzuimd heeft om de gunningsbeslissing aan te vechten bij de Raad van State. 



Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de inschrijver aan wie de opdracht niet werd gegund echter om, op straffe van niet-ontvankelijkheid, een beroep in te stellen bij de Raad van State alvorens een eis tot schadevergoeding in te stellen bij de burgerlijke rechtbank. 



De omstandigheid dat de wet een systeem van efficiënte rechtsbescherming heeft uitgewerkt om aan de inschrijvers de mogelijkheid te bieden om herstel in natura te verkrijgen, betekent niet dat de wetgever de inschrijvers heeft verplicht om dat herstel in natura na te streven. De inschrijver die voorhoudt dat de opdracht ten onrechte niet aan hem werd gegund, mag ervoor opteren enkel een schadevergoeding bij de burgerlijke rechtbank te vorderen. De Belgische wetgever heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die hem werd verleend door artikel 2.6. van de Richtlijn 2007/66/EG van 11.12.207 om te bepalen dat het gunningsbesluit eerst moet vernietigd worden. 



De exceptie is ongegrond.” 



Dit vonnis is niet gepubliceerd, is niet betekend en niet definitief. Doch het leek ons nu wel reeds nuttig deze info te delen.  Dit om komaf te maken met de foutieve argumentatie die aanbesteders ontwikkelen sedert één ons inziens niet bij te treden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Dendermonde uit 2017 dd. 16.06.2017. 





Terug naar overzicht