nieuws

EECKHOUT OTTEVAERE



kwaliteit is geen toeval, maar het gevolg van
continue, doordachte inzet ...

17.05.2020


Over overmacht, onvoorziene omstandigheden en de verplichting tot heronderhandelen van de overeenkomst


Invloed van Corona op private werken in uitvoering. 



Analyse van de overeenkomst

Om de invloed te kennen van Covid-19 op private werken die op 18.03.2020 in uitvoering waren, moet er in eerste instantie gekeken worden naar de aannemingsovereenkomst. 

Sommige contracten bevatten overmachtsclausules, waarin de  bestaansvoorwaarden en de gevolgen van overmacht geregeld worden. Sommige contracten bevatten clausules i.v.m. onvoorzienbare omstandigheden die beide partijen de verplichting opleggen om de overeenkomst (o.m. de uitvoeringstermijn en de prijs) te heronderhandelen. Deze clausules zijn bindend voor de partijen. 

Bevat de aannemingsovereenkomst niets i.v.m. overmacht en onvoorzienbare omstandigheden, dan geldt het Burgerlijk Wetboek.  Dit wordt hierna uitgelegd.   



Bevrijding van de contractuele verplichtingen op basis van overmacht  

Wanneer de uitvoering van werken tijdelijk “onmogelijk” is, spreken we van overmacht. De “onmogelijkheid” moet op redelijke en menselijke wijze worden beoordeeld.  Daarbij moet o.m. rekening gehouden worden met de tijd die nodig was om de social distancing en de maatregelen die de federale regering op 18.03.2020 heeft genomen te implementeren. 

Overmacht wordt geregeld in art. 1148 B.W. Ook als de aannemingsovereenkomst niets voorziet i.v.m. overmacht, kan de aannemer zich daarop beroepen. 

Bij overmacht worden partijen tijdelijk bevrijd van hun contractuele verplichtingen. Ze zijn beiden bevrijd van zowel de uitvoering van hun verbintenis als van het herstel van de schade. De aannemer is bevrijd van de uitvoering van werken en moet geen vertragingsboete betalen voor de periode dat het onmogelijk was om werken uit te voeren. Overmacht schort ook de nakoming van de verbintenissen van de bouwheer op. De bouwheer moet nog niet betalen voor prestaties die nog niet geleverd werden. 

De tijdelijke overmacht stopt zodra de werken verder kunnen uitgevoerd worden, ook al is dat in onvoorziene moeilijkere omstandigheden. Beide partijen moeten de overeenkomst dan verder uitvoeren, zij het met respect van de regels die hierna worden uitgelegd.    



Heronderhandelen van de contractuele verplichtingen op basis van onvoorziene omstandigheden

Wanneer de uitvoering van werken onvoorzien “zwaarder, moeilijker of duurder” (maar niet onmogelijk) is, spreken we van onvoorziene omstandigheden of imprevisie.  

De preventiemaatregelen inzake Covid-19 zorgen voor een verandering van omstandigheden die niet gekend waren en onvoorzien waren bij de contractsluiting. Er zijn meerkosten voor de implementatie van veiligheidsmaatregelen (vb. voor het gescheiden vervoer van personeel naar de werven, het beperken van de coactiviteit,  de aanstelling van een coronaverantwoordelijke, extra hygiënische maatregelen, beschermingsmiddelen, mondmaskers). Er is vertraging t.g.v. problemen inzake toelevering van materialen en afwezigheid van personeel. Om de schade te beperken, wordt er gewerkt, maar er is aanzienlijk verminderd rendement en omzetverlies. 

Volgens de imprevisieleer heeft de contractpartij die door een onvoorziene omstandigheid geconfronteerd wordt met een ernstige verstoring van het contractueel evenwicht, recht op aanpassing of herziening van het contract. Herziening kan vb. een verlenging zijn van de uitvoeringstermijn, compensatie voor schade of terugbetaling van meerkosten. De imprevisieleer beoogt een onvoorzien gecreëerd onevenwicht te herstellen. Komen partijen over die herziening niet tot een akkoord, dan kan de rechter de voorwaarden van de overeenkomst aanpassen. 

Imprevisie wordt niet geregeld in het huidig B.W..  Volgens art. 1134 B.W. strekt de overeenkomst partijen tot wet. Dus enkel als de aannemingsovereenkomst een clausule i.v.m. onvoorziene omstandigheden voorziet, kan de aannemer zich daarop beroepen. 



Heronderhandelen van de contractuele verplichtingen op basis goede trouw, verbod van rechtsmisbruik en de schadebeperkingsplicht 

De traditionele rechtsleer en rechtspraak die de imprevisieleer afwees wegens niet voorzien door de wetgever, werd bekritiseerd.  Meer en meer werd de vraag gesteld of het  wel aangewezen is om een duidelijk onevenwichtig contract in stand te houden, met het risico dat een partij zich hierop ruïneert, dan wel of het de voorkeur verdient het voorbestaan ervan te verzekeren, weze het ten koste van een aantal aanpassingen? Een economische analyse wint het pleit t.o.v. een strikt juridische analyse. Deze oproepen worden gehoord. 

Met zijn arrest van 19 juni 2009 heeft het Hof van Cassatie, geoordeeld dat “gewijzigde omstandig-heden die niet redelijkerwijze voorzienbaar waren bij de contractsluiting en die onmiskenbaar van aard zijn om de last van de uitvoering van de overeenkomst te verzwaren, onder omstandigheden, een verhindering buiten haar macht kunnen uitmaken waardoor een partij niet aansprakelijk is voor haar tekortkoming in de nakoming van een van haar verplichtingen” en dat “krachtens de algemene beginselen die het recht (…) beheersen, de contractpartij die een beroep doet op gewijzigde omstandigheden waardoor het contractuele evenwicht fundamenteel wordt verstoord (…) gerechtigd is om de heronderhandeling van de overeenkomst te vorderen.” 

In de rechtspraak die daarop volgt, wordt een toepassing gemaakt van het rechtsmisbruik als herstellings- en aanpassingsmiddel, wanneer het contractueel evenwicht grondig wordt verstoord. Er ontstaat aldus een verplichting te heronderhandelen wanneer het contractueel evenwicht fundamenteel is verstoord. 

Ook de wetgeving evolueert in die zin. Met de invoering van het nieuw B.W. zal ook in België de imprevisie worden aanvaard. 

Er zijn dus wel degelijk grenzen aan wat de bouwheer kan eisen t.a.v. de aannemer wiens overeenkomst niet voorziet in een aanpassing wegens onvoorziene omstandigheden. Indien de bouwheer vraagt om de overeenkomst verder uit te voeren zonder vergoeding van de bijkomende kosten en zonder verlenging van de uitvoeringstermijn, gewoon alsof er niets aan de hand is, dan kan dit rechtsmisbruik uitmaken. Rechtsmisbruik is verboden. 

Overeenkomsten moeten immers te goede trouw worden uitgevoerd (art. 1135 B.W.).  Goede trouw heeft een aanvullende werking.  Contractanten moeten de (positieve en negatieve) verplichtingen naleven, die een redelijk contractant die in dezelfde omstandigheden geplaatst is, op zich zou hebben genomen, ook al hebben zij deze niet uitdrukkelijk bedongen in hun contract.  

Dienvolgens moeten partijen, die als gevolg van de bij contractsluiting ongekende problematiek van Covid-19 thans met een kennelijk onevenwicht geconfronteerd worden, nieuwe evenwichtige afspraken maken, met als doel het evenwicht te herstellen. 

De goede trouw heeft ook een matigende werking (verbod van rechtsmisbruik). Wie misbruik maakt van een contractueel recht, handelt noodzakelijkerwijze in strijd met de goede trouw. De rechter kan een foutieve rechtsuitoefening sanctioneren door die uitoefening te matigen. 

Het beginsel van uitvoering te goeder trouw vormt trouwens de grondslag van de schadebeperkingsplicht. Dit is de om loyaal de redelijke maatregelen te nemen die de schade kunnen matigen of beperken.  



Heronderhandelen van de contractuele verplichtingen op basis een contractuele wijziging 

Daarnaast kan Covid-19 ook geleid hebben tot beslissingen of handelingen van de bouwheer of zijn aangestelden die in se neerkomen op wijzigingen van de opdracht. De bouwheer kan zelf de stillegging van de werken bevolen hebben. Er kan impact zijn door vertraging bij een nevenaannemer. Er worden bijkomende (veiligheids)maatregelen opgelegd. Enkel veiligheidsmaatregelen die bekend zijn op het moment van contractsluiting, zijn inbegrepen in de opdracht en de prijs. De latere wijziging van het veiligheids- en gezondheidsplan is een contractuele wijziging. 

De impact van deze beslissingen en handelingen moeten behandeld worden volgens de contractuele bepalingen die van toepassing zijn bij een wijziging.  Net zoals bij de andere wijzigingen en meerwerken heeft de aannemer recht op verrekening, zowel op vlak van de uitvoeringstermijn als op vlak van de prijs. 





Besluit 

Het is aangewezen dat elke aannemer zijn opdrachtgever regelmatig informeert over de concrete impact van Corona op de prijs en de uitvoeringstermijn van de opdracht. Sowieso moeten aannemer en opdrachtgever aan de onderhandelingstafel en daar een consensus vinden. Kop niet in het zand steken maar focussen op een veilige toekomst is de boodschap! Covid-19 is een probleem van ons allemaal !



Ann Eeckhout & Lotte Ottevaere

17.05.2020





Terug naar overzicht